gestraft as ik. Je zei zelf dat je je evenwicht terug had ik vind dat woord niet uit jij zei ’t niet ik____
Simon. Ik had m’n evenwicht, had ’t. Maar nou.... Ik zou iemand kunnen wurgen.... Ik zou dien dronken matroos met m’n twee handen in z'n keel kunnen grijpen, en 'm niet eerder los laten voor-ie, voor-ie.... En ik zou jou, omdat je hier ben gebleven, toen je mij onder je hart droeg....
Moeke. Moeder Maria, nou het-ie ’t licht in z’n oogen terug----
Simon. (ruw) Nee. Ik ben volslagen blind. As ’k een, twee, driemaal ronddraai — daar! — ben ’k m’n richting, m’n stuur kwijt — weet ’k niet meer waar de tafel, waar de stoelen, waar de kast, waar de boeken staan....
Moeke. Dat lieg je, dat lieg je, Simon....
Simon. Ik ben blind, blind, blind....
Moeke. As je ’t nog een keer durft zeggen, ellendige, misselijke, hartelooze kwajongen, sla ik je links en rechts om je ooren. Mot jij je ouwe moeder zoo mishandelen?....
Simon. Ik ben, en dat zeg ik nog eens, ik ben blind....
Moeke, (hem slaand) Daar dan! Ik heb nog nooit ’n hand naar je uitgestoken, maar ik verdraag dat niet, ik kan die gruwel niet verdragen.... Judas! Leugenaar!
Simon. Waarom doe je dat, moeder ?.... Ik kan me toch niet verdedigen, (hij zakt in z’n stoel terug)
Moeke. Ben jij...? (smakt op de knieën bij hem neer).... Zeg dat ’t niet waar is, m'n jongen.... Ik ben driftig geweest, maar jij tergt zoo.... Je speelt met die vree-selijke dingen.... Laat haar dan weggaan.... Ga met ’r mee.... ’k Zal ’t hier wel alleen redderen, zooas ’k ’t me heele leven gedaan heb.... Maar niet met je oogen spotten .... Me daar mee niet den dood indrijven, m’n kind,
m’n jongen, m’n eenige schat (Het licht van de lamp
dooft door kortsluiting. Het wordt nagenoeg donker —
6 81