DERDE BEDRIJF, EERSTE TOONEEL 93
S o n j a (glimlachend) :
. . . . 'k Huil ook liever als 'k alleen ben....
Naphtalie (stag):
. ..Als je alleen bent?.. . Doe je 't dan méér?.. .
S o n j a (gewild-vroolijk) :
.... Nou niet eiken nacht, jongen....
Naphtalie:
. . . Wat vind 'k dat — wat vind ’k dat. . . . (kijkt met bril in de hand voor zich uit) . . . wat vind ’k dat miserabel.... Je mot niet in je eentje... . Wat vind 'k dat hondsch-miserabel.... 'k Wou — wou dat 'k jullie helpen kon.... Daar, al moest 'k 'r ’n moord. . . .!
S o n j a:
. . . Heb 'k ook al 'ns over geprakkizeerd, jongen, hahaha! .... Maar met 'n moord bereik je zoo'n beetje, hahaha! .... Zet nou je bril op!.. . Je staat 'r zoo zoo bloeddorstig bij, hahaha! ....
Naphtalie:
. . . Nee, toe — dat hoef je met mij nou niet langer. . . .
Sonja:
. . . . 'k Wou dat 'k ergens 'n brandkast kon for-ceeren, of 'n la met 'n halve ton lichten, of. . . .
Naphta lie:
. . . .Nee toe. . . . (gaat zitten) . . . Mag 'k je wat vragen, Son?
Sonja:
. . . .Natuurlijk. . . .
N aphtalie:
Hou jij — ’k vind m’n eigen vraag gek — hou jij
De Opgaande Zon 7