94 DERDE BEDRIJF, EERSTE TOONEEL
meer van je vader dan van je moeder? — Hè?.. . Hè?____
S o n j a (met zekerheid) :
. . . Van. . . . (zich inhoudend) . . . .Wat kom jij komiek voor den dag! Laat ik z’n prakje liever warmen.... 'k Wed er wat om, dat-ie nog niet gegeten heeft. . . . (keuken in, met pannetje terug, dat ze op vulkachel stelt) . . . .Hij snurkt, de ouwe heer, hahaha! .... Als die eenmaal tukt, kun je al de kleejen van de buurt bij 'm staan uitkloppen, zonder dat-ie ’r a bij zegt.... Snurk jij ook zoo gezellig?
Naph t al ie:
. . . .Waarom praat je 'r over heen?
S o n j a (bij bureau terug) :
Over wat?
Naphtalie:
... Ik vroeg je waarom je meer van je vader dan van je moeder houdt?
S o n j a:
Nee, Nap — hahaha! — dat vroeg je niet — je vroeg van wie 't meeste — en nou geef jij al 't antwoord! Hahaha! (ernstig) . . . .Wat doet 't 'r toe! 'k Hou — wat jij noemen kan hóüen — van allebei. Maar hèm aanbid ’k, ja! En aanbidden is nog 'n zwak woord.... Daarstraks heb jij van moord gesproken, ik van inbraak: zonder gekheid, als iemand 'n hand naar 'm zou uitsteken, zou 'k me voor 'm doodvechten.... En hoe dat komt?.... Weet 'k niet. . En misschien weet 'k 't ook wel. . Da's voor 'n kind zoo moeilijk te zeggen.... Net zoo min als je zeggen kan waarom je juist met dién jongen en niet met 'n ander zou willen....