DERDE BEDRIJF, EERSTE TOONEEL 91
Naphtalic:
Had 'k gelijk?....
Sonja (in stoel bij bureau, ernstig):
Nee.
N ap h t al ie:
. . . .Had 'k geen gelijk?
Sonja:
Nee. 'k Ben nog net zoo gejaagd.
Naphtalie:
. . . .Net zoo?
S on j a:
Ik geloof 'm niet.
Naphtalie:
Nou snap ik 'r geen jota meer van*
Son j a:
Ik ook niet.
Naphtalie:
Geloof je niet dat-ie 'n loop is wezen doen? Sonja:
. . . .Dat geloof jij net zoo min. . . . Van half drie tot acht — om drie was-ie bij Krijns — blijf je niet in de sneeuw — en zoo'n end buiten de stad. . . . (laat hoofd in handen zakken).
Napht al ie(kijkt haar schuw aan, neemt den bril, wrijft dienf haar opnieuw verlegen aankijkend ) :
Kom je. . . . kom jij nog boven? .... (gaat naar erker).
Sonja (zich bedwingend) :
. . . Heb je zoo'n haast?