90 DERDE BEDRIJF, EERSTE TOONEEL
opgehouden wordt, dat we maar moeten gaan eten.... Ik heb geen brok door m’n keel kunnen krijgen.....
Naphtalie:
. . . .Anders ben je toch niet zoo angstig. . . .
S o n j a:
.... Anders.... Anders.... Hoe kun je dat zeggen, Naphtalie.... Hebben we ooit zóó’n toestand beleefd.... 'k Heb daarstraks, net voor je binnenkwam naar Klein en naar Gans getelefoneerd .... Hebben 'm niet gezien.... Kwart over achten.... Om over eenen, waar je bij was is-ie de deur uitgegaan.... Waar moet-ie op Zondag heen? Waarom is-ie niet thuis komen eten? .... Natuurlijk heeft Krijns vierkant geweigerd 't accept — mijn schuld! — uit te stellen, nog eens uit te stellen, nog eens uit te stellen — en nou durft -ie misschien niet, ziet-ie tegen de herrie op . . . Als-ie 'r niet binnen de vijf minuten is, zet ’k m’n hoed op, ga 'k 'm de heele stad door zoeken.... (telefoon) Dat zal... . (angstig starend) .... Nou dan!
Naphtalie (voor toestel) :
... Ja? ... . Hoe kon u dat in 's hemelsnaam doen! . . . Ik. . . . Naphtalie. . . .
S o n j a (hem de gehoorbuis af nemend) :
. . . .Ben jij 't? Domineetje, wat vreeselijk, afschuwelijk, onaardig! .... Nee, probeer nou geen grapjes! .... Ik ben boos, hoor je? ... . Ik ben vreeselijk boos! 'k Dacht waarachtig dat je ongesteld was geworden!... Haast je dan!,.. Dag, domineetje, dag schat! (schelt af).