68 TWEEDE BEDRIJF, ACHTSTE TOONEEL
stemd. . . . (bij schamper gebaar van Mathijs) .... Nee, meneer — ik wou 't nu eens zonder die telkens van 't apropos afleidende interrupties . . . .
M a t h ij s:
. . . .Goed schoolmeester — hou voet bij stuk! Naphtalie:
.... Ik heb u tot dit uur toe verdedigd.... Mathijs:
... .In de bres van de barrikades!
Naphtalie (voor 't eerst warm-loopend):
. . »Verdedigd ook terwijl 'k dikwijls twijfelde.. .
M a t h ij s:
. . . .Waaraan?
Naphtalie:
. . . .Aan — aan — om geen hard woord te gebruiken — aan uw verantwoordelijkheidsgevoel...
M a t h ij s:
Als 'k niet overtuigd was, Naphtalicus, van jouw eerlijke vriendschap voor mezelf en van je genegenheid ....
Naphtalie:
. . . .Laat u dat rusten!
M a t h ij s:
Dan zou 'k je dat laatste schoolmeesterswoord sterker kwalijk nemen dan jij kan vermoeden. . . .
Naphtalie:
U mag 't kwalijk nemen, meneer, — 'k neem d'r niets van terug: u dóét onverantwoordelijk!
M a t h ij s:
Dat is tweemaal, jongen — en tweemaal hoort bij