De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



VIERDE BEDRIJF, VIJFTIENDE TOONEEL    169

den brand. . . . D'r waren getuigen bij — twee!.... (tot Naphtalie) Jij was 'r toch! .... (hij zwijgt).

Doort je:

... Ze heeft de boel angestoken, meneer. . . . Mijn dochter is door haar schuld, haar schuld, gestikt!

Veldwachter:

Ik mot me 'r buiten houen — zal 't rappor-teeren. ... (af).

Doo r t j e:

.... En blijven — hiér — hiér — doen we geen seconde meer! (tot Naphtalie) Kom mee! Dadelijk! (af door rechtsche deur).

Moeder:

Door — Doort je! .... Door, wees jij tenminste verstandig. ... (bij de deur) Dus — dus jij heb 'r laten bekennen waar Door en wij allemaal bij waren — om 'r an 'r beulen over te leveren!

Mathijs:

't Moest, móést. We hebben niet 't recht zelf rechter te zijn. . . .

Moeder:

'n Vader, die z'n kind verraadt!

Mathijs:

Niét verraadt — verloste van wat 'r kapot maakt. . . .

Moeder:

Als zij straf krijgt, bedel 'k liever m'n brood dan bij jou, bij jou te blijven! (af).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.