De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



170 VIERDE BEDRIJF, VIJFTIENDE TOONEEL Vijftiende Tooneel

MATHIJS, SONJA, NAPHTALIE, GROOTVA later JENSEN

M a t h ij s:

Moet je niet mee, jongen?

Nap h t a 1 i e:

Nee.

M a t h ij s:

Hou jij ons gezelschap tot ze 'r komen halen?

Naphtalie (neerzittend, schreiend) :

. . . En tot ze terug is. . . . Want schuldig is ze niet. . . .

M a t h ij s:

Hoor je dat, Son (zij smakt voor Naphtalie*s stoel op de knieën) . . . Kniel je nou wéér! . . . .Wij —- wij hooren bij mekander — jij met je domheid — of je 't noodlot met 'n brandende lamp kan bevechten! — jij brandstichtster — ik failliet — en jij haast meineedige schoolmeester. . . .

Grootva:

.... En ik — en ik ?

M a t h ij s:

. . . En jij, natuurlijk, en jij!... . (bitter) Heb jij niet de mééste dienstjaren?.... (laat *t hoofd in de handen zakken).

J e n s e n (verschijnt in deuropening, neemt hoo-gen hoed af, kijkt even houdingloos, durft niet te storen, zegt „Pardon”, gaat zachtjes heen)*

Berlijn, Sept./Dec. 1908.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.