De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



l68 VIERDE BEDRIJF, VEERTIENDE TOONEEL

M a t h ij s (schrikkend, even zwijgend) :

. . . .Dat doe 'k. Maar de gevangenis duurt niet eeuwig — en wij zijn 'r ook nog....

Veertiende Tooneel DE VORIGEN, RIJKSVELDWACHTER

Veldwachter:

De Sterke?

Mathijs:

Ja.

Veldwachter:

'k Breng voor juffrouw Merten van hierboven de machtiging van den officier-van-justitie om te begraven. Asjeblief.

Mathijs:

Dank je. Een oogenblik. We hebben 'n boodschap voor den officier mee te geven. . . .

Moeder (wild) :

. . . .Mathijs!. . . .Mathijs!

M a t h ij s:

M’n dochter heeft bekend — God zij geprezen b e-k e n d dat ze brand heeft gesticht — gesticht....

Moeder:

Da’s niet waar, meneer!.... Dat liegt m'n man! Mathijs:

Lieg ik, Son, m'n kind?

S o n j a (sterk) :

Nee, domineetje. . . .

Moeder:

... .Ze is ziek, meneer. ... Ze is half gek door

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.