VIERDE BEDRIJF, DERTIENDE TOONEEL 163
had gestaan, was m'n hoed 'r waarschijnlijk aangegaan! .... Hier, Son.... Pak an. . . . Je hoeft 'r niet met zoo'n open mond bij te luisteren.... Wat die paar vlegels geroepen hebben, is natuurlijk de meening van de halve, laten we zeggen van de heele stad....
Naphtalie:
. . . .Als iemand 't waagt waar ik bij ben, kost 't d'r oogen!
Mathijs:
. . . En jou je bril, jongen. . . . En 'n schoolmeester zonder bril is 'n Absalom in 'n bosch met eikentakken! 'n Krans?.... (spelt het kaartje van den krans dien Moeder op tafel gelegd heeft, leest) . . . .„Christian Jensen, directeur van het Warenhuis ,,De Opgaande Zon” . . . .Dat is buitengewoon lief. . . .
S o n j a (die gedurende het laatste op den erker gestaan heeft — houdingloos-onrustig) :
. .. .As jullie me geen van allen ankijken, wou 'k — wou 'k. . . .
Moeder:
... .Je moet je heusch met 'r bemoeien, Thijs — ze doet zóó vreemd.....
Son ja (de handen koortsig om de balustrade): ... As jullie me niet ankijken — en niet bewegen — niet bewegen — vooral niet bewegen.... Ik hèb 't gedaan....
Moeder:
.... Son, kom nou kalm bij de kachel zitten.... Ik wil niet. . . .