VIERDE BEDRIJF, TIENDE TOONEEL 159
Naphtalic:
. . .Doe niet zoo nerveus, Sonja! Lach zoo niet! Je zal moeder, die hiernaast goddank ingeslapen is, wakker maken .... (zich bukkend) .... Mag ik je laarzen losknoopen....
Sonja:
... .Ja — ja — zijn nog niet van m'n voeten geweest van af de brand — van af de brand....
Naphtalie (verschrikt) :
.... Nog niet van je voeten geweest ?
Sonja:
Nee. Heb zoo op me bed gelegen. As ze je kommen halen, niet, mot je, mot je... . (angstig naar
tafel starend) . . . Nou doet-ie 't weer, wéér. . . .
Naphtalie:
Wat?____
Sonja:
Tik. Tek. Tik. Tek. Ben jij wel is in de Gevangenpoort in Den Haag geweest.... Daar heb je ook zoo'n uitgeholde steen.... Ook zoo'n druppel . ... (slaat heftig de handen voor den mond) ♦
N aph tal ie:
. . . .Sonja! Sonja, je maakt me bang!
Sonja:
Ik heb zoo'n moeite — zoo’n moeite om niet ineens 'n schreeuw, 'n schrééuw te geven. ... (slaat opnieuw de handen voor den mond, blijft daar achter zacht klagen).
Naphtalie: (dof) :
Heb je 't je zóó aangetrokken. . . . ? (zij schudt steeds achter de handen klagend *t hoofd) . . . Als moeder 'n gebrekkig, altijd ziekelijk, nooit meer te