158 VIERDE BEDRIJF, TIENDE TOONEEL
Naphtalie:
Hier blijven, grootvadertje! Je kan daar nou niet.... Gr o ot va:
.... Ik weet de weg, weet de weg.... (af).
T iende T ooneel SONJA, NAPHTALIE Naphtalie:
Zou je 'm niet terug willen roepen? Naar mij luistert-ie niet. . . .
S o n j a (bij deur) :
. . . .Grootva! .... Grootva! .... Voorzichtig, grootva! .... Hij is de straat op. . . . 't Is hier ook zoo ellendig. . . . 'k Zou óók wel willen, als 'k maar wist waarheen. . . .
Naphtalie:
Kom je even zitten?
S on j a:
Niet aan tafel....
Naphtalie:
Niet aan tafel?
S o n j a (bij kachel) :
.... Ik ben zoo versteend, zoo vreeselijk koud.. . M’n voeten zijn gewoon dood, hè ? . . . . Da's zoo’n gek gevoel, hè?... . Da's net of je zonder voeten loopt — hè?... . Da's zóó zot, hè?... . Daar mot 'k om lachen of 'k wil of niet, ha-haha!.... Hè, dat doet goed, dat 'k eindelijk weer 'ns lach, hè?... . Was net of me lach ook bevroren zat, hahaha! ....