VIERDE BEDRIJF, NEGENDE TOONEEL 157
N aph talie:
Omdat al die afschuwelijke nieuwsgierigen op de stoep. . . .
M a t h ij s:
Ja, 'k schijn 'n beroemd man te zijn geworden.... Vanmorgen hadden ze ook zoo’n buitengewone belangstelling voor me. . . . Wen 'k an Wennen zij an. . . . (keert zich bij winkeldeur om)
. . . .Naphtalicus, jongen — je heb me vooreer-gister m'n gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel verweten — en 'k heb daar 'n boom tegen opgezet. . . . Naphtalicus, jongen, je heb misschien g e 1 ij k gehad....
N aph talie:
.... Kom, meneer — je mot je dat bankroet niet antrekken. . . .
Mat hij s:
.... Ik ben — ik ben dubbel bankroet — ook van binnen. ... Ik zou zoo kunnen loopen grienen. . . . (af).
Negende Tooneel
GROOTVA, NAPHTALIE
N aph talie (zit bij tafeU Grootva uit de keuken, loopt suffig naar erker, betast den wand waar de klokken hingen, blijft verwonderd staan): Zoek je wat, grootvadertje ?
Grootva (de hand over voorhoofd strijkend): ... /t Is alles hier zoo — zoo — zoo ruim geworden. . . . En — en de winkelschel hoor je niet. . . . D'r komt niemand. . . . D'r gaat niemand Hei-je dat ook opgemerkt?... (naar
winkel).
De Opgaande Zon 11