De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



156    VIERDE BEDRIJF, ACHTSTE TOONEEL

geen sneeuw, geen sneeuw was geweest, (een stilte)

. . . Zal 'k nou verder dekken?

M a t h ij s:

Da's goed.

S o n j a:

't Brood is ook nat gespet. . . . Zullen we niet kunnen eten....

M a t h ij s:

Is 't zoo erg?

S o n j a:

We kunnen 't zeker niet eten. . . .

M a t h ij s:

Dan zal 'k 'n ander halen aan de overzij, (kijkt in z'n beurs) . . . .Zooveel cassa is 'r nog .... (zij gaat heen) . . . .Son!

S o n j a:

Ja, vadertje?

M a t h ij s:

Nee. Niets. (zet hoed op).

Achtste Tooneel

MATHIJS, NAPHTALIE

Naphtalie:

Gaat u uit?

M a t h ij s:

Brood halen.

N aph talie:

Wil ik dat niet liever doen, meneer?

M a t h ij s:

Waarom jij liever?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.