De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



VIERDE BEDRIJF, ZEVENDE TOONEEL    155

M a t h ij s :

. . . Ook niet als 'k 'n lamp had laten vallen — met ■— met m'n wil .... (zij staart voor zich uit) . . . .Sontje. ... ik vröèg je wat. . . . (zij beweegt zich niet) . . . .Zou ik dan 'n misdadiger in jouw oogen geweest zijn?. . . . (zij schudt *t hoofd) .... Goed zoo. Dacht ’k wel.... En — en zoo sterk leeft de lafheid in 'n mensch, dat 'k op weg naar de rechtbank — straks — overwoog of 'k me op de brand zou beroepen. ... En op jouw accept.... Op je minderjarigheid.... Ik deed 't niet, omdat — omdat....

S o n j a:

. . . .Omdat?....

M a t h ij s (moeilijk) :

. . . .Omdat — ja omdat — omdat jij in die paar dagen geen oogenblik met me alléén was — en me niet — ankeek. . . .

S o n j a:

... .Ik heb u wel — en telkens. ...

M a t h ij s:

. . . Dan zal 'k 't niet opgemerkt hebben, (stilte) 'r Zit je niemendal dwars, Son?

S o n j a:

Nee.

M a t h ij s (dringend) :

. . Kijk me dan nou wèl an, kind . . Niemendal? Son j a:

Niemendal. Niemendal. Wat zou me meer dwars zitten dan wat u — en de anderen — en de anderen — ik wou me nog vastgrijpen aan de toonbank — en, en dat zou nog gelukt zijn als 'r

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.