De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



VIERDE BEDRIJF, ZEVENDE TOONEEL    151

zijn,” riep je, toen 'k Zondagmorgen naar Krijns ging: „trekken we ons geen zorg an!” ... .Nou z ij n — we failliet — beginnen we de nieuwe tocht — heb 'k jouw lach weer noodig, nóódig, Son — en nou mis 'k iets an je — mis 'k iets....

S on j a (hijgend) :

. . . . 't Zal wel weer kommen, vader.... Mathijs:

Al die dagen ben je jezelf niet geweest....

S o n j a:

. . . .Hoe zou dat ook mogelijk zijn. . . . Hoe kunt ü zoo praten — hoe kan ü zoo praten ?. . . . Als 't niet met Margo gebeurd was, zou 'k — zou 'k. . . .

M ath ijs:

.... Zou je ?. . . . Zou je ? . . . .

Son j a:

.... Zou 'k. . . . (wijkt achteruit, omhoog starend, praat smartelijk angstig) Daar heeft 'r bed gestaan, waar telkens die druppel door 't plafond .... dat geluid op 't tafelzeil kan 'k niet hooren — niet hooren....

M a t h ij s:

Kom 'ns hier, kind  Dichter bij me. . . . (zij

aarzelt naar de tafel toe) ... .Dat tobben over Margo moet 'r uit — (haar hand nemend) ...móét 'r uit! .... Ik wil niet, wil niet dat jou dat — dat — dat ongelukkige toeval voor je verder leven

blijft wegen (heftig) . . . Heeft Doortje 't je

verweten ?    .    Heeft    Naphtalie één woord verwijt

gesproken ?... . Is iemand verantwoordelijk als 'n tros begeeft, als 'n paard op hol slaat, als — als 'n

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.