De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



150    VIERDE    BEDRIJF,    ZEVENDE TOONEEL

M athijs:

. . . Heb je niet bij 't bed van je gestorven zusje gestaan ?

Son j a:

Die zag 'r zóó — zóó niet uit (stuipt in schrik). Mathijs:

Wat kijk je?... . Wat is 'r?

S o n j a:

Dat geluid — dat vreemde geluid.

M a t h ij s (opstaand bij de tafel) :

. . . /t Lekt van boven. . . . Water dat tusschen 't plafond. . . . Maakt je dat zoo angstig?

Son j a:

. . . .Angstig, néé. . . .

Mathijs:

. . . .Twee nachten, kind, ben je — door die strubbeling, dien zenuwtoestand — gaan slapen, zonder me goeie nacht te zoenen.....

Son j a:

... .Ik heb je gisteravond toch. . . .

M a t h ij s:

Nee.

Son j a:

Nee?.... Hé, daar zou 'k 'n eed op kunnen doen, vadertje!

Mathijs:

Doe 'r geen eed op — je zou je vergissen, (zij stapt tot aan deur) . . . .Weegt 't je zoo zwaar dat de Zon ons op heeft geslokt, met huid en haar? (zij beweegt niet) We wisten 't toch al voor maanden. . . .* ,»Zoolang we heerlijk gezond

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.