De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



VIERDE BEDRIJF, ZEVENDE TOONEEL    149

M a t h ij s:

Nee. Niémand. (zij gebaart aarzelend naar *t brood) . . . Ja, ga je gang maar. . . . We hebben mekaar ook feitelijk niets te zeggen, (staart naar kachel) Je hebt gehoord dat we failliet? (zij plonst voor hem op de knieën) . ,.Wa doe je?.. . Wat is dat? .... Huil je? (zij schudt het hoofd) .... Sta dan op. Ik ben geen, geen.... heilige — en — en de grond is in geen dagen gesopt....

Sonja (op, glimlacht):

.Nee daar heeft zelfs moeke niet aan gedacht.. . Zal 'k verder dekken?

M a t h ij s:

Da's goed. (zij gaat met brood tot deur) Son, m'n kind....

Sonja (schrikkend) :

Ja, vadertje....

M a t h ij s:

Heb je me niets. . . . ?

Sonja:

Neen, vadertje.... Wat zou 'k. . . . ?

M a t h ij s (zonder haar aan te zien) :

. ... 't Lijkt — 'r lijkt me 'n kink in den kabel gekomen . We zouen lachen zonder om te kijken — en we lachen niet meer — we zouen twee compagnons in de opgewektheid zijn — en we praten met mekaar zonder mekaar aan te kijken.... Heb jij nog nooit 'n brand gezien?

Sonja:

Ja — maar nog nooit 'n dóóie....

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.