148 VIERDE BEDRIJF, ZEVENDE TOONEEL
haar aan) Da’s de eerste keer dat we alleen
zijn.
Zevende Tooneel MATHIJS, SONJA
Son j a:
Ik kan zoo 't brood niet vasthouen, vadertje. Mathijs:
Dan zet je 't even neer.
S o n j a:
Goed, vadertje.
M a t h ij s:
Je hand. . . . (zij geeft die weer) . . . .Heb je nog pijn?
S o n j a:
Nee, vadertje.
M a t h ij s:
Nergens pijn?
S o n j a:
Nee, vadertje.
Mathijs:
Nergens ?
Son j a:
Nee, vadertje. Wat vraag je dat zonderling dikwijls!
M a t h ij s (haar hand loslatend) :
Ja, dat frappeert mezelf ook. Dat komt. . . . dat komt omdat 'k al die nachten niet geslapen heb....
S o n j a:
Ik ook niet....