VIERDE BEDRIJF, VIERDE TOONEEL 141
Vierde Tooneel
SONJA, NAPHTALIE, STUIFSAND, GROOTVA
Stuifsand (bij de kachel naast groot va neer-zittend):
Wat zit je nou as de treurende Magdalena, juffrouw?.... Had mijn, zónder afkloppen, net zoo goed kennen gebeuren! Uitglijen over inge-loopen sneeuw is menschelijk....
N a ph t a 1 ie:
.... Zeg 'k 'r ook.... 't Is God's wil geweest.... En misschien — misschien.... Nee laat ’k dat niet zeggen.... (zit voor bureau).
Stuifsand (goedig):
... As ik geen pons had meegebracht om Mathijs op te vroolijken, was 't nooit gebeurd — hadden we geen glazen noodig gehad. . . .
Gr 001 va:
. . .Ja, ja. . .
Stuifsand (na een stilte) :
.... Hoe ken iemand zich failliet géven ?..... Wat 'n nagedachte! .... As je al de accoordjes van de hééle wereld afgeprobeerd heb — mag-ie d'r nóg 'n dozijn nachten over slapen.... (tot Sonja) En 'n misbaar as d'r bij mijn thuis over de knoopjeslaarzen van me vrouw is geweest!. . . (bukkend) . . . Daar staan ze werachtig. . . . (staat op, neemt stuk papier, wikkelt ze V in) .... Beter nat en mèt waterschade, wat — as nie-medal. . . . (Naphtalie staat wrevelig op, gaat in de slaapkamer) . . . Doet-ie dat over mijn? .... Ken-die geen aardigheid meer verdragen?
De Opgaande Zon 10