142 VIERDE BEDRIJF, VIERDE TOONEEL
Sonja (op):
. . . .Dat schijnt zoo. . . . (glimlachend) . . . We zijn allemaal overstuur — en da's natuurlijk, niet ?
Stuifsand (een paar verbrande poppen in de hand):
. . . .Overstuur is natuurlijk — maar zóó overstuur as je vader da's önnatuurlijk. . . . 'n Brand waarbij met die noordewind enkel 'n paar poppen gespaard zijn gebleven, ken je met gerust geweten ja op zeggen! Mag mijn morgen ook overkom-men. . . . (poppen nijdig neersmijtend) ... .De nonsens!.... Je failliet geven, géven, as je binnen 'n week je beetje schuld betalen ken — en nog overhouen! .... En dat meissie — het *r in 'r bed niks van gemerkt. ...
Sonja:
. . . .Was niet in *r bed.....
Stuifsand:
.... En as ze niet in 'r bed was — *t is 'n ongeluk, om meelijen mee te hebben — had ze over 'n jaar, over twee jaar na ’n gesticht gemotten.... As ze met toevallen geboren zijn, is 't haast — 'n zegen. ...
Sonja:
. . . .Ja, ja. . . .
Stuifsand:
. . . .Loop jij nou ook weg?
Sonja:
'k Moet voor 't eten gaan zorgen — 'r is nog geen aardappel geschild....
Stuifsand:
. . . .Schil je dan met je linkerhand? ....