De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



140    VIERDE    BEDRIJF, DERDE TOONEEL

ik geen bijgedachten hebben, niet door de idee op-gemonterd worden, dat m'n voorraad radikaal uitverkocht is — behalve wat daar leit — en dat 'k ieder 't zijne kan geven....

Substituut (hem de hand reikend) :

. . . Op m'n woord — ik heb bijna behoefte u excuus te vragen voor 't pijnlijk onderhoud in mijn kabinet. . . .

M a t h ij s :

... Nee, doe u dat niet, meneer de substituut.... Ik ben zoo goed een misdadiger als ieder ander. Vooreergister — daar op 't plaatsje — vóór ik wist dat 't kind geen daglicht meer zien zou — heb 'k 'n oogenblik staan berekenen — staan berekenen .... Ja, Naphtalicus, jongen — dat hebben we misschien allemaal. ... (tot Sonja die *t uitsnikt) Nou, nou, domme meid! .... 't Heeft alles zoo moéten zijn....

Naph t al ie:

Zoo móéten zijn....

Stuifsand:

Ik zeg niks! ....

Substituut:

Bonjour, meneer De Sterke. . . .

M a t h ij s:

Bonjour, meneer. . . . Nee, laat me u voorgaan.... 't Zal de eerste dagen ’n nekbrekende toer blijven....

Substituut:

. . . . Heeren!.... Dag juffrouw. Beterschap met uw hand.... De linker kan 'k ook drukken.... (af met Mathijs en Schrijver).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.