VIERDE BEDRIJF, DERDE TOONEEL 139
reden om in te grijpen. Al wat bezwarend was is opgehelderd. ... (tot Sonja) Ik hoop, juffrouw, dat uw hand spoedig genezen zal zijn en dat u zich even spoedig over de herinnering aan dien avond zult heen zetten. ... (tot Mathijs) ... .En voor u spijt het me dat de rechtbank ’t verzoek om faillissement onder déze omstandigheden ingewilligd heeft. . . . U had toch surséance....
Math ij s:
. . . Dat had 'k. . . .
S tuif s an d:
. . . .Wat 'n koopman! Nog!
Ma th ij s:
.... Ik wou failliet — heb 't verzoek vanmorgen zelf ondersteund. . . .
Stuifsand:
. . . Vraag ik u!. . . . Ontoerekenbaar! Mathijs:
. . . . 'r Door zoo iets — zoo iets, waar de dood mee gemoeid is — bovenop willen komen, drijvend willen blijven — nee. . . . Daar mogen de schuldeischers van profiteeren.. . (grimmig) .. . èn die hiernaast, die gister al uitverkoop wegens — wegens waterschade hield — uitverkoop terwijl 't kind nog boven de aarde staat — wij, wij, m’n familie en ik, maken onze handen niet vuil. . . . Als ’k achter de kist naar 't kerkhof ga — zoodra de justitie 't lijkje vrij geeft. . . .
Substituut:
. . . .Binnen 't uur volgt de machtiging. Mathijs:
. . . .Dan wil 'k (steeds glimlachend) — dan wil