132 VIERDE BEDRIJF, TWEEDE TOONEEL
morke heb.... Heb niet eens 'n spuit hooren rijjen.... (stilte) .... En nou mot dié ons nog ophouen! (met gebaat naat winkel).
Tweed e Tooneel
DE VORIGEN, MATHIJS, SONJA, STUIF-SAND, NAPHTALIE, SUBSTITUUT-OFFI-CIER VAN JUSTITIE, SCHRIJVER
M a t h ij s:
Dan moet meneer de Substituut 'n oogenblik
geduld hebben.. . 't Is hier 'n bende. .. Helpen jullie is 'n handje, kinderen! (tot Abraham) Had jij dat niet terwijl kunnen doen?
Abraham (meehelpend om de tafel te verzetten) :
As d'r niemand boe of ba zeit, ken ’k 't moeilijk alleen, watte? (in stilte nemen Mathijs, Abraham, Naphtalie, Stuifsand ieder een punt van het kleed, spreiden het op den grond; dan plaatsen Mathijs en Naphtalie de tafel er op) Een seconde nog meneer (den substituut weerhoudend te gaan zitten) ... je zou je broek smerig maken! (droogt stoel met winkelvoorschot) . . . .Zoo. Asjeblief.
Substituut (naar de drie bij de kachel wijzend ) :
Wie zijn dat? ....
Abraham:
Dat zijn....
Substituut:
Nee, vrindje — jóu heb 'k niet verder noodig.... Dank je wel....