11 8 DERDE BEDRIJF, ZEVENDE TOONEEL
kon je ons zoo ongerust maken! .... Van één uur af! ....
Mathijs:
. . . Ongerust?.... Wat heb 'k jou dan door de telefoon gezegd, vader?.... Nou dan! ....
Grootva:
. . . .Dat je. . . . Dat je. . . . Nou dat weet je zelf toch ommers 't beste! .... Wat vraag-ie dan?
M a t h ij s:
Hahaha! .... Nou snappen jullie *t. . . . Eerst werd 'k opgehouen. . . . (zich onderbrekend)
. . . .Wat duivel, ’k heb 'r al z'n leven in de winkel gestrooid — 'k had er toch twaalf! — geef is lucifers . ...
S o n j a:
. . . . 't Licht in de winkel brandt niet — de kousjes zijn stuk — en je heb 'r twaalf — asjeblief!.. . En toen, vadertje.... ach, ach wat zijn je schouders nat.... En toen ?. . . .
M a t h ij s:
... Ja — en toen — toen ben 'k nog is opgehouden door Krijns — door Krijns die... . Wat kijk je?
S o n j a:
.... Door Krijns die 't accept niet meer heeft.... M a t h ij s:
. . . Juist — juist — hoe weet jij dat? ....
S on j a:
... Ja, hoe weet je zoo'n boel! .... En toen ben je in dat smerige weer gaan....