DERDE BEDRIJF, ACHTSTE TOONEEL 119
M a t h ij s:
.... Gaan wandelen — voor me gezondheid.... En nou jij, ouwe kerel....
Stuifsand:
.... Ik ? Ik niks . . . . Ik trakteer jullie op pons — en jij brengt gebak met varkensafval mee. .. Ha'k vanmorgen gelijk? Ben je 'n antisemiet, ja of nee ?.... As dat nou nog onder rabbinaal toezicht gebakken was. . . . (gelach van de anderen)
. . . .Nou Mathijs: ha’k gelijk, toen 'k zee: keer terug tot je kind en je vrouwen — hij was effetjes niks in z'n sas, hahaha, juffrouw.... lachte niet eens om 'n mop — ja, hoe was die ook weer?.... Weet m al Weet u 't onderscheid tusschen....
Achtste Tooneel DE VORIGEN, MOEDER
Moeder:
Goeien avond, (glimlacherig) . . . .Ik heb lekker gerust en me maagpijn is God zij gedankt glad — glad voorbij . .. Dag Thijs . .. Dag Stuifsand . ..
M a t h ij s (gestoord in pijpstoppen) :
. . . Dag. . . . Dag. . . . (aarzelend) . . . Ben jij
niet goed in orde?
Moeder:
... Ik? ... . Best. . . . 'k Zeg je juist. . . .
M a t h ij s:
. . . Valt me mee. 'k Dacht 'n bedenkelijke
schrobbeering te krijgen. ... Ik ben zoo opge-houen geworden....
Moeder:
.... Dat begreep 'k wel.... Je zal je eten niet