io8 DERDE BEDRIJF, VIERDE TOONEEL
Jen se n:
'k Heb gegeten, hahaha! En 'k hou niet bijzonder van uien. . . .
S o n j a:
Wat ruikt u voortreffelijk. . . .
Jenscn:
... .Ja, ik heb m'n leven lang altijd vrij genoe-gelijk en bijna altijd op 't juiste oogenblik geroken .... Krijns, om weer over zaken te praten, geachte procuratiehoudster, heeft me telefonisch meegedeeld dat uw vader 'm vanmiddag — hoe laat kan dat geweest zijn ? . . . .
S o n j a:
. . . Half drie. . . .
J ensen:
.... Half drie — om uitstel is wezen vragen.... En Krijns wil wel, maar....
S o n j a:
.... Maar ?... .
Jensen:
Ik wil niet — en ik heb alleen te willen —
dat wil zeggen: ik ben alsnog, gelijk je dat in koopmansbrieven zegt, bereid tot een dading te geraken, mits. . . .
Son j a:
.... Mits....
Jensen:
.... Ik geloof dat 't daar nog te hard pruttelt.. . . S o n j a (ingehouden) :
. . . Heeft u de gewoonte menschen, die bij toeval of per ongeluk in uw handen geraakt zijn, zoo laf te sarren?