IOO DERDE BEDRIJF, TWEEDE TOONEEL
Son j a:
Niemendal, grootva — we maakten wat pret, hadden je glad in je stoel vergeten!
Grootva:
. . . Dat was geen pret — dat was geen pret — 'k heb al zoo’n boel gemerkt — zoo’n boel waar ’k buiten gehouen word, omdat 'k . . . omdat *k. . . . omdat 'k. . . . (snikkerig) . . . .half simpel ben — ik weet wel dat 'k simpel ben.... dat hoeft niemand me te zeggen.... Maar 'k heb ’t mezelf niet gemaakt. . . .
S o n j a:
. . . Lieve God, grootva — wat doe je! Wil je wel is dadelijk, dadelijk uitscheijen! .... Mag jij op je ouwen dag zoo tekeer gaan! ....
Grootva:
.... Ik heb 't mezelf niet gemaakt.... En as 't wéér mot gebeuren, as ’k dat nog is mot doorleven, ga 'k 't water in... . En daar hebben jullie, jij en die schoolmeester om staan lachen.... om wat 't ergste, 't allerergste in 'n mensch z'n bestaan is . . . .
Son j a:
. Nou — nou — op diè manier hebben we 't niet bedoeld . . . .
Grootva:
.... Hij zei. . . . hij riep.... laten ze maar in de kranten adverteeren....
S o n j a:
. . . Versta je geen malligheid meer?
Grootva:
.... Hij zei.... met vette letters dat Mathijs fail