DERDE BEDRIJF, TWEEDE TOONEEL 99
Grootva (bevend) :
. . . .Zou je dat niet met zoo'n plezier — met zoo'n schrikkelijk plezier willen roepen? — De buurlui hooren 't vroeg genoeg.... Wat zijn jullie 'n slechte, door en door slechte menschen, dat je daar — dat je daar om lacht.... Jij moest je schamen, Santje — jij moest je je oogen uit je hoofd schamen .... Ben jij mijn, mijn kleindochter. . . .
Son j a:
.... God, grootva — moet je je daarover zoo opwinden !
Na p h t a 1 i e:
. . . .We wisten niet beter dan dat u zóó stevig sliep. . . .
Grootva:
.... Hou je mond — hou je mond — ik wil niks
meer hooren En — en laat jij me met me
kleindochter 'n oogenblikkie alleen.... Naphtalie:
.... Dat zal 'k natuurlijk, maar — maar.... Grootva:
. . . .Laat me alleen! .... Laat me alleen. ... Ik mot wat vragen, ik mot wat weten — ik mot alles weten!
S o n j a (Naphtalie wenkend) :
... .Ga jij effen! (Naphtalie af) . . . .Nou grootva? ... . Nou zijn we alleen....
T weede T ooneel GROOTVA, SONJA
Grootva:
. . . .Wat was dat? Wat was dat?....