De minnaars

Titel
De minnaars

Jaar
1970

Pagina's
214



een lach, die verleidelijk wil zijn en het ook is. Het leven is prikkellectuur.

Ik ga terug naar de schouwburg, zit aan mijn kleedtafel, Jolante is op, ik kijk verdwaasd in mijn spiegel, zie er tollende, rondjesdraaiende heen en weer wielende acrobaten, merk niet eens dat Koekie ‘séjour’ naast me neer legt, doe het geld daarna toch in mijn tasje, moet nu zelf op, sta later buigend naast Jolante met haar beminnelijke glimlach, zij buigt, doek, zij buigt, bloemen, doek. Verveeld kijkt ze me aan, als we naar de kleedkamer terug gaan. Ze is nu helemaal in de put, we moeten logeren, in deze dagen gaan we nog niet terug met autobussen, we moeten wachten tot morgen als de treinen weer rijden. Haar minnaar is er niet, ook niet Louis B., haar man. Denk je verdorie, zegt ze, dat ik straks in dat rothotel ga zitten? In die dooie hall, of op mijn kamer? Op mijn kamer ruikt het naar pis. Ik weet, dat het niet waar is, het ruikt op haar kamer naar haar eigen heerlijke parfum, het is er blank en fris, de zeewind glipt rukkend langs de gordijnen, net als op mijn kamer. Dat rothotel, waar je niet eens een hap eten krijgt, na de voorstelling. Die rotpro-vincie ook, we zijn godbetert het eerste gezelschap van het land en moeten naar allerlei gribussen, het is godgeklaagd. Ga mee, naar het bal. Welk bal? vraag ik. Het bal in het Casino, voorstelling met bal na. We gaan. Nog andere collega’s gaan mee, het is er gezellig. De burgemeester is er, de raadsleden, andere notabelen, we zitten aan een grote tafel, de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.