glimlachje tegen een favorietje. In zijn zakken de recette, op weg naar de bank, of in een tas naar een voorlopig veilige plek, hij telt de fiches van de plaatsen, hij zit met zijn neus boven de handgebaren van de bureaulist van het theater, of er niets verdonkeremaand wordt, niets te veel of te weinig betaald. Hij leeft een roemloos leven, want de pers kent hem niet en heeft ook geen interesse voor hem. Hij heeft, tussen ons woeligen, de nuchterheid van de zakenman. En wij vinden hem fijn, onze lieve meneer Koekejans. Daarom noemen wij hem Koe-kie.