of met hem zien langs te rijden op de fiets. Af en toe zei hij : kijk, bij een vrouw moet een man zo, of zo doen, hierdoor herkende ik zijn tactisch denken, was op mijn hoede, bleef zelf tactisch, het was een duel.
Van zijn leven vertelde hij mij, bij stukjes en beetjes verdeeld over tien jaar, en daarom oprecht, want het ging zeer moeilijk, omdat hij als jonge kerel door de Duitsers van zijn werk was gehaald, naar Duitsland gebracht, daar te werk was gesteld, zwaar, ondragelijk zwaar werk. Was dat niet zo geweest, zei hij, dan was hij er misschien wel gebleven, het beviel hem daar beter dan in Nederland. De mensen waren daar ruimer, scheen hem, vooral toen Hitler weg was, waren ze vlotter dan Nederlanders, vooral in de liefde. Hij had daar ook een vriendin gehad, en die kuste hem ook, zoals ik hem kuste, op zijn lid. Dat was toch voor hem de enige oplossing, je zou heel wat denken als je me ziet, niet waar? Dan ontdek je, dat ik maar half een vent ben. Maar ja, na de oorlog ging ik terug, ik kwam naar Amsterdam, in het Vondelpark lagen heus wel nette meisjes van goede huize te vrijen met de Canadezen, die hadden de lichten van hun jeep aan, om beter de blote meiden te kunnen zien. Nou ja, dat was heel gewoon toen, we waren allen blij, de Russen, Canadezen, de Nederlanders. Van verkrachting was geen sprake, de vrouwen wilden zelf. Openlijk, op straat, in de plantsoenen. Nou, toen heb ik mijn tegenwoordige vrouw ontmoet, in een