De volgende morgen lig ik in mijn bed over alles na te denken. Ik weet dat ze zullen terugkomen en dat het niet bij het beleefde handjegeven zal blijven. Ik heb dus kans op drie minnaars, overweeg hoe mijn houding hierin zal zijn. Ik stel voor mezelf vast, dat ik erop in zal gaan, verbaas me erover, dat ik het bewust als een experiment zal ondernemen. In mijn boeken heb ik gelezen dat er stammen zijn, waar een vrouw meerdere mannen heeft. In de seksuele wirwar die om mij heen is, waar nauwelijks oprecht achtergronden te zien zijn, waar gehuicheld wordt bij het leven, zie ik geen reden om bestaande wetten te accepteren. Stammen reageren spontaan op hun drang, hoewel ook daar het seksuele leven geregeerd wordt door maatschappelijke noodzaak, zoals voedingsmogelijkheden en bestaansmogelijkheid. Moraliseren is grotendeels een onecht gezwam, aangepast aan de commercie van een maatschappij. Ik wil mezelf zijn, ik wil weten wie ik ben, waar de natuurkern van mijn wezen nu eigenlijk ligt. De verhouding met de drie mannen lijkt me aantrekkelijk, geestelijk zelfs zeer boeiend. Als ik een man alleen was, en ik zou drie vrouwen hebben, zou het betrekkelijk gewoon zijn, ze zouden mij meesmuilend een Don Jüan noemen, nou, laat die