De minnaars

Titel
De minnaars

Jaar
1970

Pagina's
214



je niet eens een kater. Toch heb ik jenever gedronken, ze zullen zien, dat ik niet kinderachtig ben, ik sta naast ze. Ze hebben alle drie hun uniformjasje uitgedaan, zitten in soepele, frisse overhemden zichzelf te zijn, Drim en Foei zijn jonger dan Jippy, toch lijkt Jippy de jongste van de drie, met het blonde kuikenpluis van zijn haar en de ronde ogen. Ik lig op mijn divan naar ze te kijken, amuseer mij kostelijk, sluit mijn ogen, om even de loomheid kwijt te raken, merk, als ik mijn ogen open, dat Foei naast mij staat. Hij buigt zich en kust mij op mijn mond, met een zeer gecultiveerde kus. Ik ga rechtop zitten, kijk hem aan, hij blijft rustig staan, met een neutje in zijn hand. We kijken dan beiden naar Jippy, Jippy heeft alles gezien, zit aan de tafel, twee doodongelukkige ogen. Ik verwacht dat er nu iets gebeuren zal, iets gezegd zal worden. Op de tafel staat mijn fruitschaal met sinaasappelen, Jippy grijpt er een, scheurt de schil eraf, hapt in de sinaasappel, koortsig, neemt een tweede, een derde, hij viert een bacchanaal met mijn sinaasappelen. Hij doet weer iets, waar ik later vreselijk om zal moeten lachen,samen met Foei.

Ze gaan later weg, het is al morgen, we geven elkaar beleefd een hand, ik kijk uit het raam, Jippy zit weer achter op de fiets bij Foei, en Drim rijdt erachter aan.

Dit is het begin van een periode van tien jaar, waarin deze drie mannen mijn minnaars zullen zijn, en het ook van elkaar zullen weten en accepteren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.