De minnaars

Titel
De minnaars

Jaar
1970

Pagina's
214



ik een japon aan, doe kousen aan, kom als gastvrouw de huiskamer binnen, waar de drie mannen op mij zitten te wachten. Ik zie Foei voor het eerst, denk, goddome, wat een knotsvent, zie Drim voor het eerst en denk, dat is ook niet mis. Welke vrouw krijgt midden in de nacht opeens drie toffe knapen op bezoek, dat is toch maar zalige vrijheid, veel vrouwen zullen dat niet meemaken. Ik zie de keurende blikken van de twee nieuwe bezoekers, begrijp instinctief, dat Jippy gekletst heeft, moet erom lachen, zoals ik altijd om hem lach. Ik schenk jenever, als ze honger hebben bak ik reeksen eieren, op ham, op grote boterhammen, het huisje ruikt naar bakken, jenever en sigaretten. Eerst is het wat burgermanspraat, van redelijk weer, u woont hier aardig, we hebben u vaak over de radio gehoord, van u gelezen, dan worden ze vlotter, Foei komt op dreef, hij is werkelijk geestig, een eigenschap die hij met Eric gemeen heeft, hij heeft dezelfde manier van droge inspraak, hij heeft hetzelfde beheerste clownsgezicht, wat ik indertijd aan Eric zo leuk vond. Drim zit in een hoekje, bij het raam, hij vult zijn jeneverglas telkens opnieuw, is best tevreden, zegt weinig. Jippy straalt van trots, ik krijg af en toe een beste zoen, als bewijs, dat hij hiertoe gerechtigd is, Foei kijkt vol ironische binnenpret toe. Laveloos van de jenever ga ik op mijn divan liggen, eigenlijk houd ik niet van jenever, rotzwaar van loomheid word je erdoor, ik heb veel liever een fijne wijn, de kater ervan is ook prettiger, soms krijg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.