reikbaar zijn? Voor een dolgedraaide goosser als Jippy? Ze geloven er geen pest van. Jippy zweert bijna dat het zo is, dat hij altijd welkom bij me is, dag en nacht, er staat altijd een borreltje, er is altijd plezier. Ze is niet zo heel jong meer, ze is wat ouder dan op de foto’s, maar je weet, toneelspeelsters zijn vrij, ze heeft een stel verdomd prachtige ogen, nou en heet, de eerste maal dat ik er was ben ik een paar maal achter elkaar klaargekomen, dat is me in geen jaren gebeurd, en zo veilig, ze kan geen kinderen meer krijgen. Je moet als vriendin een vrouw hebben, die niet meer menstrueert, die geven zich meer. (Want de pil is in die dagen nog niet ontdekt.) Ze weet van wanten, ze is nogal openhartig, je kan met haar praten. De twee anderen zitten met ongelovige ogen. Foei ziet een kans, ze zullen er Jippy in laten tippelen. Foei vraagt: als je altijd welkom bent, ben je dan nu ook welkom ? Het is één uur in de nacht, de waard prevelt zoiets van de hoogste tijd, ze betalen him pilsjes, ze staan op straat, Foei en Drim zijn op de fiets, Jippy is lopende. Foei beveelt Jippy om hem en Drim mee te nemen naar mij, als bewijs, dat hij niet heeft zitten liegen. Jippy, die niet tegen Foei op kan stemt toe. Hij mag achter op de fiets van Foei, hij geeft mijn adres, zij rijden door weggeslapen, rumoerloze straten, tot voor mijn huis. Dan belt Jippy aan, ik sta op uit bed, in mijn duster, ik trek aan het touw van mijn trap, ik hoor de stem van Jippy: ben je daar? ik heb twee collega’s meegebracht, maar doe een jurk aan. Gehoorzaam trek