Ik heb nu dus een baan, ik heb een woninkje, ik leef alleen. Ik heb een salaris, verdien mijn brood. Sta voor de verantwoordelijkheden van een man, drijf het eigen leven de richting in, die ik wil. Ik heb te doen met belasting, koop de meubelen die ik-voor mijn huis nodig heb, maak deel uit van het maatschappelijk werkproces. Deze onafhankelijkheid bevalt me goed, ik begin met gulzige happen te lepelen uit de brij vrijheid, naar genoegen. Ik mis de man in mijn dagelijkse leven niet, ik ga uit, ik heb geld, ga vaak uit met vrienden, er is altijd wel iemand, waarmee ik naar een bar, naar de film, of een trip naar buiten kan maken. Ik heb geen seksuele contacten, ik heb er ook geen behoefte aan, ik moet eerst nog bijkomen van de oorlogsperiode. Nauw aan deze dagen is verbonden het lied Moonlight Serenade van Glenn Miller. We hadden al die jaren geen amerikaanse muziek gehoord, verboden door de bezetter. Het was een van de eerste muziekjes die ik hoorde na de bevrijding, staande bij het Lido, het was verrukkelijk blij weer, een zoenende zon op mijn blote armen, wat vage wind wuifde mijn zomerjurk omhoog. Een strijkje speelde. Op dit moment werd ik eigenlijk pas bewust, waaraan ik ontkomen was, waaraan wij ontkomen waren. Na een grote gebeurtenis kan je in een soort