insecten... Soms breng ik een dode mus mee voor de specialist van de mijten. Zeer zeker maak ik hem blij met deze dode mus. Aan alle kanten zijn wij omringd door mijten, die parasiteren. Onzichtbare, die leven op de haartjes in onze oren en van onze neus. In een microscoop kijk ik naar de mijten. Griezelige draken, boven op een haar. Vreemde griezels, die even vanzelfsprekend hun bestaansrecht accepteren als wij, homo sapiens. Elke dag gaat de specialist van de wandelende tak naar Alt is, om deze te voeden. Ik kijk ernaar, zie vreemde, harkerige bewegingen, krokdom vallen ze om, hoekige spruitsels tussen echte takken. Onbeweeglijk schijnen ze soms urenlang te mediteren.-Een vlo springt 35 centimeter boven zichzelf uit, primitieve aeronaut met volkomen uitgewerkte vakkennis. De vrouwtjes zijn hevig, hebberig, gulziger dan de mannetjes. Alles paart, alles vermenigvuldigt zich. Zo vanzelfsprekend. Zonder omwegen zoals mensen die zoeken. Het is waar, wij zijn mensen, geen insecten, geen dieren. Maar wat zijn mensen ?