uitermate te hinderen. Midden in die zonnige straat bleef hij staan en keek me aan. Je bent alleen met me getrouwd, zei hij, omdat je trouwen wilde. Nu had hij me echt woedend gemaakt, dit was een opmerking zo ver van mijn wezen af, dat ik volkomen mijn zelfbeheersing verloor. Dus sloeg ik hem met mijn vuisten in zijn gezicht, met alle kracht die ik bezat, ik sloeg hem de bril van de neus, ik was door het dolle heen. Voorbijgangers trokken mij van hem af, hij stond beduusd, nu zelf met rooie, gloeiende ogen naar mij te kijken. Hij zei met zijn liefste stem, och, och, en hou toch op, we gaan naar huis, och, och. Als een koningin liep ik naast hem, op weg naar huis. Thuisgekomen nam hij mij, wild van opwinding in zijn armen en hijgde: dat moet je meer doen, dat moet je meer doen, je moet me vastbinden aan het bed, en slaan met zwepen, ik zal ze kopen, dit moet je meer doen !
Toen wist ik, dat hij een sadist-masochist was, dat hij thuishoorde bij de klanten van het huis op de Prinsengracht, die zich laten vastbinden op een soort pijnbank, en zich laten martelen. Er zijn veel van deze mensen in Nederland, vanwege het doorwoekeren van de geloofsbelijdenis dat seksueel leven zondig is, dat je dat uit je lijf moet slaan, dat je liever krimpen moet van de martelingen, dan de goddelijke zonde beleven.
Na die tijd heb ik me niet meer kwaad laten maken. 160