samen, drie weken goed, ik vertelde hem dat ik bij Donald was geweest, zoals ik hem ook vroeger had verteld dat ik een verhouding met Donald had gehad. Hij begreep, kuste me, we zwierven door Amsterdam, ik verdiende wat geld met kaartleggen, financieel hadden we geen zorgen. Toen begon het weer, en ik liep weer weg. Een paar weken later vond Aart me weer, in de liefde was hij van Scotland Yard, hij besteedde dagen om mijn sporen te volgen, met aanwijzingen van vrienden of vijanden. Nou zal je me wel uitlachen, zei hij, met de blik van een mens, die tactisch gefaald heeft, ik dacht, dat je weer bij Donald zat, ik heb er aangebeld, ik heb je terugge-eist, Donald wilde me niet binnen laten, ik heb de deur ingetrapt, ik heb het huis doorzocht, ik heb er de boel vernield. Je was er niet.
Later, toen ik van hem gescheiden was, zei hij mij, dat hij zich in ieder geval in ons huweüjk niet had verveeld.
En toch, op een dag, begreep ik, wat hem bezielde. We liepen in de Ferdinand Bolstraat, het was mooi weer, ook tussen ons was het windstil, we liepen als een zoet getrouwd paar te winkelen, te kijken naar de schijnetalages van de oorlog, we waren op weg naar een kamer, die we beiden hadden gehuurd, ik voelde me harmonisch. Ik voel me bijna altijd harmonisch, een zalig bezit, wat bij mij ingeboren is, echt een soort genade, waar ik nog elke dag dankbaar voor ben, nu ik mijn eerste grijze haren heb. Hem schenen die harmonische aanvallen van mij