De minnaars

Titel
De minnaars

Jaar
1970

Pagina's
214



een mannelijke wildebras, die van louter weelderigheid niet wist, wat hij van het ene op het andere ogenblik moest verzinnen. Hij zei tegen mij : sinds ik jou ken, denk ik bij iedere vrouw aan haar direc-toirtje. Hij dacht niet alleen aan haar directoirtje, maar hij rustte niet voor hij dat directoirtje naast zich aan de bedpost had gehangen. Hij verborg mij niets, vertelde me van al zijn liefdesavonturen, vergeleek de vrouwen met mij, vond in sommig opzicht mijn talenten groter, in andere opzichten prees hij hen. Ondertussen diende ik hem vrijwel iedere nacht met mijn talenten. Het was een ros leven, het was wild, ruig en zeer vermoeiend. Wij waren dolgedraaid, Holland was dolgedraaid, de groenhoedjes waren dolgedraaid. In de avond zwierven we door de straten zonder licht, met in onze hand de lantaarntjes met batterij, we lichtten gezichten uit het donker, werden zelf beschenen door niet verwachte flitsen, een straat vol dolgedraaide glimwormen, op zoek naar afleiding, naar vertier, boven ons de zoemende vriend-vijanden, ze brachten misschien bevrijding, maar het kon je ook het liefste wat je bezat, je eigen leven kosten. Bommen vielen hier en daar, granaatscherven reutelden naast je neer, groenhoedjes alarmeerden met snauwend gejank. Aart en ik gingen nu samen naar de geheime feesten van de ondergrondse saamhorigheid, in vreemde huizen, op kille zolders, in muffe kelders. Er werd veel gedronken en nog meer gevrijd, er werd veel verzwegen van groots opgezette dappere

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.