zekerd, dat hij helemaal zichzelf moet zijn naast mij. Nu is hij zich inderdaad aan het ontpoppen. Wat wist hij van zijn man-zijn anders dan hetgeen hem opgedrongen is. Natuurlijk hindert zijn penis hem. Die wil telkens iets anders dan hij eigenlijk wil, en wat de penis wil geldt als niet netjes. Ik overtuig hem, dat hij ook op dat gebied zichzelf moet zijn. Leren denken wat hij nu eigenlijk wil. Onbewust heeft hij zijn erkenning in mij gezocht. Ik, als oudere vrouw, zal hem de weg wijzen naar het eigen ik. Kleinzoon van een gereformeerde boer. Met een moeder, die er nog helemaal niet los van is, van de bijbelse voorschriften alhoewel ze denkt, dat ze niet zo stijf is als haar vader. En Aart ? Aart sterft als hij vierenveertig is. Heeft dan een leven lang gevochten tegen een onderbewust verleden en de schokken van vandaag.
Ik leer Aart het leven van zijn penis. Heel langzaam, alsof ik put uit een kleuterkamasoetra. Aart is verloofd geweest, ik heb later dat meisje leren kennen. Hij heeft haar ‘gerespecteerd’. Als ik haar ontmoet, klaagt ze steen en been tegen mij, dat hij haar zo zelden aanraakte. Drama der goede bedoelingen. Muren zijn er tussen mensen. Afijn, ik hoef niet gerespecteerd, ik ben een vrouw, met twee kinderen en een verleden (god zij dank) ik heb me dikwijls laten naaien, zegt Aart, die met een vieze woorden cultus begint, om zich te bewijzen, dat hij zich bevrijdt. Ook tijdens de coïtus roept hij de woorden lui, kut, me ballen, alsof hij ‘goal’ roept.