de verhalen van een mens, een man, over het leven dat hij tot nu toe beleefde. De opbouw van het manzijn, in deze maatschappij, het in een richting dringen door ouders, door leraren. Het wordt niet gevraagd, of hij het aankan. Omdat hij man is, moet hij het aankunnen, want dat houdt het manzijn in. Weer krijg ik het gevoel, dat een man erg sterk moet zijn om een man te wezen. Waarschijnlijk knappen velen op seks af, althans te vroeg omdat ze dat stoerzijn niet zo lang aankunnen, het is een geheimzinnig, niet te bewijzen, arglistig verzet tegen de maatschappij. Toch heeft Aart niet zo heel veel te vertellen, zijn contacten met vrouwen zijn gebaseerd op een reinheidscultuur. Hij is vegetariër, hij haat het doden van dieren. Een vrouw is iets heiligs, iets puurs, waarvan hij in zijn leven een beschermheer moet zijn. Hij vertelt heel andere dingen dan Eric, die de vele vriendinnen opnoemde, die hij gehad had met de onverschilligheid van een doorgewinterde pasja. Aart idealiseert toekomstdromen. Ik denk: goeie genade, wat is die jongen nog jong. Hij ligt zich op te winden over zaken, die ik al lang verwerkt heb. Ik heb hem alles van mijzelf verteld, omdat ik aan iedere vriend of vriendin geneigd ben veel over mijzelf te vertellen met de gedachte, dan weten ze meteen wat ze aan mij hebben, en nemen mij dus zoals ik ben. Soms is het voor mij een uitdaging, om de instelling van de ander te toetsen. Of die instelling de moeite waard is om mij er mee bezig te houden. Ik heb Aart ver