schuldgevoelens door opgedrongen besef van gehuicheld fatsoen, ik heb het gevoel, dat ik er door gerijpt ben, volmaakte vrouw ben geworden, die weet wat mannen zijn, ja, mannen, meervoud, en wat een vrouw is.
Arthur zegt tegen me: gaat u met mij een kopje koffie drinken bij Reynders ? In de stulp, waar we allen te samen komen, gevaar, of geen gevaar, malle koffiestulp op het Leidseplein, drinken we een kopje oorlogskoffie. Hij is leraar, hij is over intellectueel, hij is, bij mij vergeleken een blode maagd. Bovendien is hij twaalf jaar jonger dan ik. Hij is vegetariër. Hij is denker.
Na het kopje koffie ga ik terug naar mijn werkhuis. Bij de koffie brandde de vonk...