steeds weer.
Wij hadden inmiddels twee dochtertjes, dit was zeer bewust gebeurd, en de man, die mijn abortussen behandeld had, hielp met veel genoegen ook mijn kinderen op de wereld. Onze huishouding was daardoor gelegaliseerd, wat de sfeer betreft, wij waren wel niet voor de wet getrouwd, hadden twee ‘natuurlijke’ kinderen, doch voor de rest deden we net zo gewoon als onze buren, het eten op tijd, het slapen op tijd, het zich vermaken op tijd. De sleur van de burgerfamilie was binnengedrongen, als lauwe walm, door de dichte ramen, onafwendbaar en verdovend. Wij werden zo ‘gewoon’, dat men ons in hun midden opnam en volmaakt aanvaardde als burgergezin.
Maar bij hem en bij mij groeide onrust. Bovendien werd hij ouder, hij werd wat moe. Ten slotte scheelden wij achttien jaar, ik was nog aan het bouwen, hij zetelde in zijn bouwsel. Zijn seksuele tempo verminderde, terwijl ik na mijn tweede dochter vuriger was geworden dan ooit. Hij was wat onvoldaan, het leven had hem veel geschonken wat heerlijk was, succes, roem, mooie vrouwen, schoonheid, erkenning, zijn dromen werden werkelijkheid, er viel niets meer te verlangen, en dat is óók niet goed, dus werd hij nu onvoldaan, omdat alles vervuld was. Er is ook bij geluk, geen rust in het leven, dat is teleurstellend, maar als je het weet, neem je dat ook. Daarbij begon hij te merken, dat zijn lichaamskracht hem ging verlaten, hij kreeg zelfs