uitgeteerd van ongestild verlangen naar elkaar hebben we daar afscheid genomen en zijn onze eigen weg gegaan, nog niet begrijpend hoe dat allemaal ineens mogelijk was.
Ik weet precies, wanneer het begon. Het begon in die nacht, toen hij opgewonden in bed kwam, niet door mij, doch door een jonge vrouw, die hij ’s avonds in de kleedkamer had gehad, een ‘bewonderaarster’, die hem bloemen kwam brengen. Zij was een verrukkelijk wezen, ik moest dat erkennen, en om hem in zijn vervoering te helpen zei ik hem, dat hij aan haar moest denken, en dat ik zij was. Ik was blij, dat ik hem kon opvangen met zijn verlangens, en dat hij het met mij beleefde en niet met haar. Maar het was de eerste maal, dat hij zo geboeid was door een ander, en het zou de laatste maal niet zijn. We hebben in de volgende jaren vele vrouwen in bed besproken en ik heb ze voor hem levend gemaakt en mij geïdentificeerd met hen. Ik was het niet meer voor hem, ik was niet meer het enige lustobject, ik moest hem delen met anderen, ik deed dit, omdat ik hem althans zo nog bezat. Ik was er niet helemaal gelukkig mee, ik voelde, dat er een begin was gekomen van afstand doen. Ik was zo deel van hem geworden, dat ik instinct kreeg voor de vrouwen, die hij aardig zou vinden, nog voor hij ze zelf ontmoette. Op straat, in de kleedkamer, bij de gezellige gesprekken in de foyer voelde ik aan, wie hij begeerde, ik zag zijn blikken glijden over hun borsten, de ronding van hun billen.