en moedig. Diep in het hart droomt elk meisje zo’n rol in het leven van een man te spelen en wil elke man verzengd worden door een groot gevoel, dat andere gevoelens overwoekert. Sterker nog, ze sturen erop aan. En wat krijg je? Een keurige verloving met meubels en uitzet, het nette huwelijk met de twee getuigen, het met elkaar optrekken, misschien zelfs een leven lang (twee levens lang gaat niet, want je gaat zelden tegelijk dood) eerst misschien (zoveel is er ‘misschien’) in een roes van geluk, later misschien met de oprechte bedoeling eikaars vrienden te zijn (dat zijn de beste gevallen) of ook met de hoop, dat het je zal lukken elkaar te bedonderen, vaak in vele opzichten, zonder dat je elkaar door hebt. Want dat houdt ook tamelijk lang, als je handig bent. De grote vriendschappen, de schijnbaar dus goede huwelijken worden met mildheid gebouwd op het inzicht van eikaars zwakheden en op de rekbaarheid van de eigen verdraagzaamheid; zij zijn helaas een uitzondering.
In het begin, en dat begin duurde lang, veertien jaar, ging het tussen Eric en mij goed. De laatste drie jaar hebben we gebruikt om van elkaar los te komen, met elkaar duurde de periode zeventien jaar. De eerste veertien jaar bloeiden we op, door vreugde aan elkaar, door vervoering, we gingen de berg op. De drie laatste jaren trokken we verfomfaaid aan de andere kant, langs kronkelpaden, door grijpende, prikkende heesters, langs smalle wegen naar beneden, het dal in. Gehavend en verhongerd,