Althans, dat werd gezegd.
Op een morgen komt Pa, na wat ongewoons gehoord te hebben beneden. Daar zit Hans, gekleed als bruidegom, met hoge hoed, bloemen in zijn hand aan tafel. ‘Pa,’ zegt hij, ‘nou moet je je gauw verkleden, we moeten naar het stadhuis, ik trouw vandaag, in een half uur is de bruidskoets hier.’ De bruidskoets komt inderdaad voor en Pa rijdt hem terug naar Rozenburg. Want de hele geschiedenis is volledige verbeelding van Hans, wel heeft hij het bruidegompak gehuurd, de bloemen besteld, de koets laten voorrijden. Maar er is nergens een bruid, de hele plechtigheid leeft van binnen en heeft niets met de werkelijkheid te maken.
Hij is daarna weer ontslagen en werkt nu al tien jaar als leraar in Maastricht. Hij houdt zich goed.
Eric denkt na. De mevrouw, waarmee ik getrouwd ben geweest, wist, dat hij een verdomd goede vent is. Daarom heeft ze bij hem die slag kunnen slaan van die extra maand alimentatie...