glorie van mij en mijn penis. Hij begon te sparen, nog meer te sparen, omdat hij een tentoonstelling wilde organiseren, ter ere van de spitsmuis en zichzelf. Het werd een geweldige onderneming en op de dag van de plechtigheid zaten Ernst, mijn andere broer, en ik aan een tafel, in de hoek van de zaal, om op ons gemak alles te kunnen meemaken. Om ons heen hingen de brokken natuur in gouden lijsten, op keurige afstand van elkaar, zonnen, bomen, een maan, molens met waterige achtergronden, geheide knotwilgen, kerken met torens als een penis, zeeën met dilettanterig wiebelende scheepjes. Ernst en ik hadden de slappe lach, verborgen die achter ons glas sherry, betaald door Hans. Wij hadden thuis altijd een goedaardig gevoel voor humor voor elkaar, wat begon aan het ontbijt, als Pa, na bulderend hoesten, briesend en puffend op de w.c. zat, altijd net iets te laat voor het ontbijt, ritselend met kranten, die hij naarstig verscheurde, tot doortrek-ritus-water wegbruiste, en hij, zeer voldaan glimlachend aan het ontbijt kwam. Deze humor verbond ons jaren lang, ons drie broers, we keken elkaar aan, wisten wat we dachten, hadden dan met ons drieën dezelfde ironische, droge sta-ketselogen.
Ernst en ik zagen de spitsmuis staan naast Hans, ze lachte wat neerbuigend, gaf daarbij wat slappe, witte handjes aan de feliciterende tentoonstelling-bezoekers, dat waren de kinderen uit de klas van Hans, het Hoofd der school, wat goedige docenten.