binnen in een leunstoel zitten, mannen in de keuken met een afwas van vijf dagen ? Het beddenopmaken. Het stofzuigen. De kleine was. Het strijken. De huishouding van Eric Wells. Inderdaad, zijn onderbroeken zijn in orde, net zoals bij zijn vorig huwelijk. Mijn chique broekjes zwabberen ernaast in het zeepsop. De aardappelen. Het eten. Snel. Straks begint mijn arbeid in de kleedkamer van de schouwburg in Arnhem. Het uitkleden, het aankleden, het schminken. Morgen is er weer een dag, daarvoor een nacht, met hem. Ik was, strijk, maak schoon, niet waar hij bij is. Voor hem wil ik die zweterige vrouw niet zijn met de rooie, warme kop, die aan het strijken is. Voor het publiek wil ik die ook niet zijn. Ook ik ben ’s avonds glamour. Het is mijn vak, ik word ervoor betaald, ik doe het nog graag ook. Ik heb het druk, dag en nacht.